Skip to main content

Europa – een van de beste plekken ter wereld om te wonen en te werken?

Blog post   •   Dec 08, 2017 15:30 GMT

By Juan Menéndez-Valdés, Director of Eurofound

Europa – een van de beste plekken ter wereld om te wonen en te werken?

“Een van de beste plekken ter wereld om te wonen en te werken.” Zo omschreef Commissievoorzitter Juncker Europa bij de officiële ondertekening van de Europese pijler van sociale rechten, vorige maand in Göteborg.

Tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders uit de hele EU ter ondertekening van een set van 20 sociale beginselen en rechten benadrukte de Commissievoorzitter dat “Europa meer is dan de interne markt, meer dan geld … Europa gaat over onze waarden en de manier waarop we willen leven”.

Maar hoe leven wij dan precies? Vinden de 510 miljoen Europeanen in de (vooralsnog) 28 lidstaten werkelijk dat hun levensomstandigheden van “wereldklasse” zijn?

Heel veel mensen vinden dat inderdaad. Maar er zijn ook veel mensen die nog altijd kampen met ongelijkheid, uitsluiting en onzekerheid, die nauwelijks toegang hebben tot fatsoenlijke woonruimte of werk en die zich zorgen maken om hun eigen toekomst en die van hun kinderen. Dit komt hier en daar tot uiting in vormen van populisme waarin de gevestigde orde lijkt te worden afgewezen, waardoor de stemming in het algemeen tamelijk negatief is geworden.

Zoals altijd echter is de realiteit veel complexer.

Sinds een paar jaar gaat het juist behoorlijk goed, en “heeft Europa [inderdaad] de wind weer in de zeilen”. De resultaten van de meest recente Europese enquête over de levenskwaliteit laten zien dat er op allerlei fronten – levenskwaliteit, de kwaliteit van de samenleving en de kwaliteit van de openbare voorzieningen – vooruitgang is geboekt. Voor velen is de situatie verbeterd, al is dat vooral ten opzichte van het dieptepunt na de economische crisis. Toch zien we in sommige opzichten een terugkeer naar het niveau van vóór die crisis – wat getuigt van een algemeen herstel van de economie en groei in alle lidstaten.

De mensen worden optimistischer, en in de meeste EU-landen zijn de burgers nog altijd behoorlijk tevreden over hun leven en voelen ze zich redelijk gelukkig. In een meerderheid van de lidstaten is de tevredenheid met de levensomstandigheden toegenomen, en het aantal mensen dat rondkomt met hun inkomen is groter dan in 2011.

Het vertrouwen in de nationale instituties is over de hele linie gestegen, en met name onder jongeren zien we het vertrouwen in anderen toenemen. Ook de verheugende groei in de betrokkenheid bij en deelname aan maatschappelijke en lokale organisaties in de lidstaten, en de afnemende gevoelens van sociale uitsluiting, wijzen erop dat onze samenlevingen sinds de crisis aan de beterende hand zijn. In de perceptie van de respondenten zijn maatschappelijke spanningen – tussen arm en rijk, arbeiders en leidinggevenden, ouderen en jongeren en mannen en vrouwen – de afgelopen vijf jaar verminderd.

Bovendien zijn de mensen heden ten dage tevredener, in algemene zin, over essentiële openbare diensten zoals gezondheidszorg en vervoer, en zelfs – in sommige landen – over kinderopvang.

Dat gaat dus goed, zou je zeggen.

Tegelijkertijd is het ook duidelijk dat er nog veel te doen is.

Verschillende landen in met name Midden- en Oost-Europa halen hun achterstand goed in, maar in andere stagneert het convergentieproces en is de kloof in sommige opzichten zelfs verbreed. Zo is de tevredenheid met de levenstandaard met name toegenomen in Bulgarije, Estland, Hongarije, Ierland en Polen, terwijl de score in Kroatië, Cyprus, Griekenland, Italië en Spanje juist is gedaald. Bovendien blijft er sprake van grote verschillen tussen lidstaten wat betreft de toegang tot en de kwaliteit van (gezondheids)zorg.

Ook zien we hardnekkige en ernstige ongelijkheden tussen mannen en vrouwen en tussen de verschillende leeftijds- en inkomensgroepen.

Bij vrouwen zien we bijvoorbeeld een net wat hogere tevredenheidsscore voor het leven in het algemeen dan bij mannen, maar ze doen nog altijd meer onbetaalde taken in het huishouden en verzorging. Een van de belangrijkste oorzaken van problemen in de balans tussen werk en privé is de toenemende behoefte aan langdurige zorg voor ouderen – een taak die vooral door vrouwen wordt verricht. Ook dit draagt wellicht bij aan de kloof tussen mannen en vrouwen.

De ouderen zelf hebben het minder goed dan jongeren, vooral in sommige landen in Midden- en Oost-Europa, en leeftijd is duidelijk een factor in de lagere tevredenheid met het leven in Bulgarije, Kroatië, Malta, Polen, Portugal, Roemenië en Slovenië. In twee derde van de EU-lidstaten maakt meer dan de helft van de respondenten zich ook zorgen over hun inkomen op latere leeftijd.

Ondanks het feit dat de groei tot een vermindering heeft geleid, ten opzichte van vijf jaar geleden, van het aantal mensen dat het in materieel opzicht moeilijk heeft, geeft in elf lidstaten nog steeds ruim de helft van de bevolking aan met moeite rond te komen. Zoals altijd zijn het de armen die het het zwaarst te verduren hebben. Uit de resultaten blijkt dan ook dat de levenskwaliteit voor mensen in de lagere inkomensgroepen minder is toegenomen.

Veel Europeanen zijn minder optimistisch over de toekomst van hun kinderen dan over hun eigen toekomst. Maar ook hier zien we verschillen. Er is minder optimisme voor toekomstige generaties in België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Slovenië, Spanje, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk. Het tegenovergestelde geldt in Bulgarije, Finland, Letland, Litouwen en Polen, waar de mensen de vooruitzichten voor hun kinderen rooskleuriger inschatten dan hun eigen toekomst.

In het kader van het bredere en meer verhitte debat over migratie en mobiliteit in de EU valt verder op dat het gevoel van spanning tussen verschillende religies en etnische bevolkingsgroepen in bepaalde landen sterk is toegenomen, met name in België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Italië, Malta en Oostenrijk. Dit ondanks het feit dat er over het geheel genomen juist minder spanning wordt ervaren tussen verschillende bevolkingsgroepen.

Binnen dit genuanceerde kader voor het leven van burgers in de EU werken regeringen, plaatselijke en regionale overheden, sociale partners en het maatschappelijk middenveld aan de implementatie van de pijler van sociale rechten.

Deze resultaten van de Europese enquête over de levenskwaliteit tonen aan hoe belangrijk het is de aandacht vooral te vestigen op de meest behoeftige groepen: langdurig werklozen – die een verhoogd risico hebben op armoede, sociale uitsluiting en problemen met hun geestelijke gezondheid – in verband met actieve ondersteuning bij het vinden van werk; vrouwen – die nog altijd de meeste huishoudelijke taken en zorgtaken op zich nemen – in verband met gelijkheid van mannen en vrouwen en kinderopvang, en arme ouderen – in verband met het recht op een passend inkomen en pensioen voor ouderen. Belangrijke aandachtspunten daarnaast zijn ondersteuning en zorgdiensten als fundament voor het recht op een betere balans tussen werk en privéleven gedurende het hele werkzame leven, en de grote verschillen qua toegang tot hoogwaardige diensten – in verband met het recht op tijdige toegang tot betaalbare gezondheidszorg en maatschappelijke zorg.

Dit zijn echter slechts enkele van de cruciale initiatieven die nodig zijn om de hoge ambities zoals verwoord in de pijler werkelijkheid te maken in het dagelijks leven van de Europese burgers. Als dit echt een keerpunt voor Europa moet worden, zullen we al deze gegevens moeten omzetten in concrete maatregelen. Alleen zo kunnen we “onze waarden en de manier waarop we willen leven” werkelijk in de praktijk brengen. 

Comments (0)

Add comment

Comment

Agree With Privacy Policy